Hoe de overheid innovatie bevordert (deel 1)

De overheid kan een belangrijke rol spelen in sociale innovatie. Bijvoorbeeld door via wetgeving nieuwe instrumenten te creëren die we nodig hebben om onze samenleving verder te ontwikkelen. In twee delen beschrijf ik in totaal negen maatregelen waarmee de overheid sociale innovatie zou kunnen bevorderen. Het eerste deel gaat over manieren om meer uit de talenten van mensen te halen. In het tweede deel geef ik aan hoe de overheid zou kunnen anticiperen op het naderend einde van cao’s.

1. Vervang de Cito-score door een bredere differentiatie van talenten

Nog steeds is er veel te doen rond de Cito-toets. Het is al gelukt om het schooladvies van leerkrachten zwaarder te laten meewegen dan de score op de toets. Maar desondanks zoeken middelbare scholen naar houvast in metingen die iets zeggen over de intelligentie van het kind. Dat is ook logisch, want middelbare scholen zijn gerangschikt naar de mate van intelligentie die nodig is om het lesprogramma te volgen. Daar zijn we aan gewend, maar is het nog steeds de beste ordening?

Intelligentie bepaalt hoeveel je begrijpt en/of hoe snel je iets begrijpt. Scholieren die vooral wat meer tijd nodig hebben om op een bepaald begripsniveau te komen, kunnen opleidingen stapelen. Maar scholieren die qua intellectueel begrip achterblijven kunnen zich eigenlijk nauwelijks ergens in onderscheiden: het niveau van intellectueel verworven kennis is immers het voornaamste criterium om scholieren te differentiëren.

Ik zet vraagtekens bij die ordening van onderwijs naar intelligentie.

In een maatschappij die mensen ordent naar hiërarchisch niveau is intelligentie een belangrijk gegeven. Want de baas moet altijd net iets intelligenter zijn, dat heeft onze natuurlijke voorkeur. Wie intelligenter is, eindigt waarschijnlijk hoger in de maatschappelijke pikorde. De Cito-score is zo van belang, omdat die op 12-jarige leeftijd voorspelt wat jouw latere hiërarchische positie wordt – en je inkomen niet te vergeten. Maar een teveel aan hiërachie in organisaties is ongezond en inproductief, dus waarom blijven we ons toch zo eenzijdig op intelligentie richten? Met het oog op de concurrentiepositie van (bedrijven in) Nederland zouden we óók veel waarde moeten toekennen aan bijvoorbeeld creativiteit en persoonlijke interactie. En kinderen dus ook op die kwaliteiten moeten differentiëren.

Brede differentiatie

Een bredere differentiatie van kinderen in het basisonderwijs zou het speelveld verbreden, en eerlijker maken. Kwalificeer schoolkinderen niet alleen op intellectuele vaardigheid, maar ook op sociale interactie, creativiteit (verbeeldingskracht), fijne motoriek en materiaalgevoel. Ontwikkel hen in lijn met hun profiel in het middelbaar onderwijs, en gebruik de brede set aan criteria om niveauverschillen tussen scholieren zichtbaar te maken, dat prikkelt. Er ligt wel degelijk eer in de beste score op de combinatie ‘creativiteit en materiaalgevoel’: wie ontwerpt straks de allernieuwste i-Phone?

2. Hanteer een kwalitatieve evaluatie door externen als opleidingscriterium

Eer behalen staat ook centraal in de tweede overheidsmaatregel die ik zou toejuichen: het vergroten van het vermogen tot reflectie op beroepsnormen in het middelbaar en hoger onderwijs. Een student moet zich niet (alleen) richten op het cijfer dat de docent gaat geven, maar op de vraag hoe een klant zijn werk zou beoordelen. Het gaat er niet om of de student zelf tevreden is met zijn ontwikkeling, maar of hij in staat is te voldoen aan de normen van zijn beroepsgroep. Het is op zich niet vreemd dat sommige opleidingen eisen dat je kunt rekenen; bijvoorbeeld als je docent wilt worden, of verpleegkundige (die de juiste dosis medicijnen moet toedienen). Maar zo’n rekentoets lijkt meer op een teken van machteloosheid: hoe waarborgen we (in hemelsnaam!) dat iemand met een diploma zijn vak naar behoren in praktijk gaat brengen?

Het is een lastig onderwerp; in mijn blog Jouw ontwikkeling is niet het belangrijkst is het me maar ten dele gelukt om het uit te leggen. Het punt is, we zijn in het Westen nogal doorgeschoten in de gedachte dat zelfontplooiing het hoogste doel in het leven is.

We zijn zo met onszelf bezig dat we het grotere plaatje vaak uit het oog verliezen.

Je werk was bedoeld om te voorzien in de behoefte van een ander, maar is verworden tot een aanleiding om via Facebook aan de wereld te laten zien wat je bereikt hebt. Je opleiding was bedoeld om je in staat te stellen iets bij te dragen aan de maatschappij, maar is veranderd in een ladder die je hogerop moet brengen.

Studenten mogen heus naar een mooie carrière streven, ze mogen er ook trots op zijn als ze iets bereikt hebben (en dat op Facebook zetten). Maar laten we proberen om hen ook bij te brengen wat de hogere doelen zijn waaraan ze geacht worden bij te dragen. Het onderwijs aan de volgende generatie, de zorg voor de vorige generatie, et cetera. Het belangrijkste instrument daarin is denk ik de kwalitatieve evaluatie door vakmensen van buiten de opleidingsinstelling. Ik pleit er dan ook voor om zo’n professioneel, onafhankelijk oordeel een belangrijke rol te geven in het middelbaar en hoger onderwijs.

3. Participatiemaatschappij, maar dan wel gebaseerd op intrinsieke motivatie

Bijdragen aan doelen die groter zijn dan jezelf is een oproep die voor ons allemaal geldt, niet alleen voor studenten. De overheid kan burgers daarin faciliteren, onder meer door iedereen een basisinkomen te verstrekken. Ik denk dat het verstrekken van ‘gratis geld’ ertoe leidt dat (bijna) iedereen gaat bijdragen aan de maatschappij. Om twee redenen. In de eerste plaats leidt een groter vertrouwen van de overheid in de keuzes van de burger er simpelweg toe dat die burger betere keuzes maakt. In de tweede plaats zal het wegnemen van de kloof tussen ‘vrijwilligerswerk’ en ‘betaalde baan’ ertoe leiden dat meer mensen zorgtaken gaan uitvoeren, eventueel gecombineerd met een dienstverband. Ik licht beide argumenten nader toe.

Stel dat we een basisinkomen toekennen aan iedere burger, van geboorte tot overlijden. De hoogte kan in enige mate leeftijdafhankelijk zijn. Daarmee vervangt het basisinkomen de bestaande regelingen voor kinderen, gepensioneerden, arbeidsongeschikten en werkzoekenden.

De crux van het basisinkomen zit in het onvoorwaardelijke van de betaling

Je hoeft niet aan bepaalde criteria te voldoen en je hoeft geen tegenprestatie te leveren. Ten opzichte van de huidige bijstandsuitkering zie ik drie grote verschillen: je hoeft er niet om te vragen, iedereen krijgt het (ook hoogopgeleide werkenden), en er is geen ambtelijk apparaat dat jouw activiteiten wantrouwend controleert. Dankzij de eerste twee aspecten behoud je als werkzoekende je menselijke waardigheid, dankzij de derde krijg je het vertrouwen dat je de goede dingen zult doen.

De huidige houding ten opzichte van bijstandsgerechtigden – jij moet werken voor je geld! – is een machtsmiddel. In confrontatie met machtsvertoon verliezen mensen het vermogen om zelf invulling te geven aan hun leven. En dat werkt dus contraproductief. De overheid wil dat mensen op eigen benen staan, maar volgt daarbij een werkwijze die hen juist op de knieën dwingt. Participeren doe je vanuit intrinsieke motivatie. Als we een participatiemaatschappij willen, dan moeten we dus iedereen de ruimte geven om zelf invulling te geven aan hun bijdrage aan de maatschappij.

4. De gemeente als community

Hoeven we dan helemaal niet te kijken naar wat iemand doet met de tijd die voor hem ‘gekocht’ is met het basisinkomen? Jawel, maar in de vorm van sociale controle door de lokale gemeenschap. Hoe dat precies functioneert, kan het beste door de ‘community’ zelf worden ingevuld. Gemeenteambtenaren kunnen daar ongetwijfeld een waardevolle rol in spelen, zolang die rol maar faciliterend is en niet controlerend. De gemeeente als community, dat is ook de reden om de uitbetaling van het basisinkomen bij gemeenten te leggen.

Veel verantwoordelijkheid op het gebied van sociale zaken is inmiddels bij de gemeente neergelegd. Deze sociale rol zou volwaardiger worden als de gemeente ook belasting op arbeid kon heffen. Ik zou er dan ook voorstander van zijn als voortaan alle loonbelastingafdrachten door werkgevers worden betaald aan de gemeente waarin de werknemer woont. De werknemer krijgt het basisinkomen van de gemeente, en het loon uit zijn dienstverband is daarop een aanvulling. De werkgever betaalt de werknemer een netto loon, en bovendien loonbelasting aan de gemeente. De gemeente speelt quitte zodra de loonbelasting tenminste zo hoog is als het basisinkomen. De belastingheffing kan degressief verlopen: over de eerste euro wordt relatief veel belasting geheven, en op elke volgende euro loon wordt de belasting steeds lager.

De gemeente runt op deze manier eigenlijk een bijzonder soort uitzendbureau

Alle burgers zijn als het ware bij de gemeent in dienst, en door het werken bij een werkgever genereren zij inkomsten voor de gemeente. De gemeente kan zo op een ideale manier invulling geven aan haar sociale verantwoordelijkheid. Bijvoorbeeld door afwijkende afspraken te maken over de belastingafdracht met betrekking tot specifieke groepen werknemers, om zo hun aantrekkelijkheid voor werkgevers te vergroten. Maar het wordt voor de gemeente ook veel eenvoudiger om burgers taken te geven in de community, omdat de loonbelasting over hun arbeidsinkomen weer ten goede komt van de gemeente zelf.

Advertenties

6 thoughts on “Hoe de overheid innovatie bevordert (deel 1)”

  1. Weer gaaf en provocerend!! Vooral stuk over participatie vond ik goed; ook eens met bredere talent meting & inschaling. Alleen idee dat de baas een beetje intelligenter moet zijn is achterhaald; kijk bv naar Belbin: wie is de slimste? Niet de voorzitter… In praktijk worden bazen vaak bazen omdat ze beter zijn in het uitoefenen en uitbouwen van macht…

    Toi toi! R

    1. Dankjewel! Ik meen dat Belbin juist aangeeft dat een baas (voorzitter of vormer) nu juist wel een beetje slimmer moet zijn. Deskundiger ook. Zelfs in een zogenaamd alpha-team, een team van alleen maar slimme mensen, moet volgens Belbin de baas liefst ietsje slimmer zijn. Ciao!

  2. Hi David, eerste stuk kan ik goed volgen en begrijp ook je pleidooi om kinderen niet alleen op ”academische” intelligentie te toetsen.
    Ik zie echter niet de link tussen minimal inkomen ongeacht prestatie en het bevorderen van intrinsieke motivatie om deel te nemen aan de maatschappij. Waarom zou dit effect optreden??? Elke individue is anders en heeft verschillende drivers. Sommige zullen idd de vrije tijd invulling geven die ten goede komt van de community anderen niet. Hoe wordt mijn gedrag als burger geprikkeld???
    groetjes, Maricel

    1. Ha Maricel, dank voor je vraag! Je hebt gelijk, elk individu is anders, en je hebt op zich geen garantie dat iemand zich inspant voor de samenleving als je een basisinkomen verstrekt zonder voorwaarden. Die garantie heb je trouwens ook niet als je wel voorwaarden stelt – sommige mensen bespelen dan het systeem. De overheid kan iemand niet ‘prikkelen’: de overheid kan alleen een procedure toepassen.

      Ik verwacht dat het aantal ‘free riders’ zal afnemen omdat dit ook gebleken is uit onderzoek. Sowieso is het hele systeem van basisinkomen al uitvoerig uitgeprobeerd en succesvol gebleken. Mensen gingen helemaal niet achterover leunen. Daar zijn ze veel te trots voor. Bovendien blijkt er meestal iemand in de omgeving te zijn die zegt ‘kom op joh, ga ns wat doen!’. Dat is de sociale controle die ik in het stuk beschrijf.

      Uit ander onderzoek is gebleken dat mensen die zich door machtsvertoon onder druk gezet voelen slechter gaan presteren, elkaar gaan tegenwerken en niet meer voor een optimaal resultaat gaan. Dus moet je voorkomen dat mensen in een uitkeringssituatie onder druk gezet worden door de overheid.

      Met hartelijke groet, David

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s